peppels

Posted on November 20, 2011
Filed Under Uncategorized | Leave a Comment

Vanuit mijn werkkamer kijk ik uit op drie populieren. Twee staan recht voor mijn huis. Het is een beetje een saai stel, dat al decennia aan de rand van het kanaal populier staat te zijn. Bij een westerstorm lijken ze voorover in het water te willen duiken. Hoewel ik een vriend heb die gek is op populieren, vind ik ze de droogstoppels onder de bomen. De takken zijn mager en permitteren zich weinig gekronkel. Van het geritsel van populierenbladeren wordt mijn geest onrustig. Alsof er onheil in de lucht zit.  

Dertig meter links van de twee staat nog een populier. Het rare is: van deze houd ik. Anders dan zijn leptosome buren groeit hij uitbundig in hoogte en breedte. Nu en dan landen zwermen spreeuwen in de boom, soms een vlucht grasparkieten. Tussen zijn wortels huizen bruine ratten. Zijn stam is niet door twee volwassen mannen te omarmen, zijn top torent boven de huizenblokken uit. Deze populier verheft in zijn eentje de hele soort.

Tot op een dag een mannetje van het stasdeel naar hem kwam kijken. Hij klopte wat op de machtige stam, mat de dikte, schudde zijn hoofd, stapte in zijn auto en reed weg. Een uur later was hij terug, met nog een mannetje van het stadsdeel. Ook die klopte op de stam, keek omhoog in de wirwar van takken en schudde eveneens zijn hoofd.

Ik was de hoofdschuddende mannetjes van het stadsdeel alweer vergeten, toen een paar dagen later een hoogwerker aan de overkant van de straat verscheen en zich achter de boom installeerde. Een man met een motorzaag begon her en der takken uit de populier te zagen. Het zagen deed pijn, maar ter troost bedacht ik me dat snoeien doet groeien. Komende zomer zou hij zijn blad nog weelderiger dragen. Gerustgesteld ging ik op weg naar mijn afspraak.

Twee uur later fietste ik langs het water terug. Op de stoep langs het kanaal tegenover mijn huis lagen grote boomstronken gestapeld, sommige meer dan anderhalve meter in doorsnee. Op de plek van de boom restte niets dan een sokkel. De grond eromheen kleurde licht van het zaagsel. Ik stopte bij de stronken, legde mijn hand op het hout. De jaarringen waren nog warm.

Vanuit mijn werkkamer kijk ik uit op twee populieren.

Comments

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

  • Over deze site

    Dit is de website van schrijver/journalist Boudewijn Smid.

  • Admin